Sint-Maarteninstituut
Technisch Instituut Sint-Maarten

Scholengroep Sint-Maarten

In de geest van Sint-Maarten

Zorgbeleid SMI - Leer- en ontwikkelingsstoornissen

Overzicht

ADD attention deficit disorder   ADHD attention deficit hyperactivity disorder   

ASS autisme(spectrumstoornis)   Dyscalculie   Dyslexie - Dysorthografie   

Dyspraxie   Hoogbegaafdheid   NLD non-verbal learning disabilities  

Syndroom van Gilles de la Tourette

 ADD: attention deficit disorder

Leerlingen met ADD vertonen een gebrek aan concentratie en volgehouden aandacht. Hun denken verloopt chaotisch. Het zijn stille prutsers die niet altijd opvallen in de klas. ADD komt vaak samen voor met dyslexie/dysorthografie/dyscalculie/dyspraxie. (naar overzicht)

ADHD: attention deficit hyperactivity disorder

Leerlingen met ADHD vertonen een gebrek aan concentratie, zijn impulsief en overbeweeglijk, vallen onmiddellijk op en worden vaak omschreven als vervelend en storend. Soms kunnen ze echter wel rustig met iets bezig zijn als het hen echt interesseert. (naar overzicht)

ASS: autisme (spectrumstoornis)

Leerlingen met autisme of een autismespectrumstoornis hebben moeite met communicatie, sociale interactie en creatief verbeeldingsvermogen. Ze zijn over- of ondergevoelig voor zintuiglijke prikkels. Minder gestructureerde situaties als de speelplaats en uitstappen kunnen angst en onzekerheid veroorzaken. Autisme komt voor op alle niveaus van verstandelijk functioneren. De intelligentie beïnvloedt wel sterk de communicatieve en compenserende mogelijkheden. Elke leerling heeft een sterk eigen profiel en vraagt een aangepaste aanpak. (naar overzicht)

Dyscalculie

Leerlingen met dyscalculie vertonen opvallende en blijvende moeilijkheden met wiskunde op het vlak van automatiseren (geheugendyscalculie), vaardigheden en technieken (procedurale dyscalculie) en/of problemen met visueel-ruimtelijke en motorische vaardigheden (visuo-motorische dyscalculie). Niet elk kind vertoont alle kenmerken, maar de drie probleemvlakken blijken moeilijk af te bakenen. Dyscalculie kan samengaan met ADHD, dyslexie en NLD. (naar overzicht)

Dyslexie - dysorthografie

Leerlingen met dyslexie (overkoepelend begrip) vertonen opvallende en blijvende moeilijkheden met technisch en begrijpend lezen (dyslexie) en/of spelling (dysorthografie). De fouten die zij maken, lijken op verstrooidheidsfouten. Zij lezen hun vragen dikwijls verkeerd en antwoorden dan ook fout of onvolledig. Vooral bij vreemde talen geeft dat heel wat problemen. (naar overzicht)

Dyspraxie (DCD – Developmental coordination disorder)

Leerlingen met ontwikkelingsdyspraxie (coördinatie-ontwikkelingsstoornis) vertonen opvallende en blijvende moeilijkheden met fijne en grove motorische vaardigheden.Ze schrijven moeizaam en moeilijk leesbaar. Ze hebben moeite met turnen, balspelen, evenwicht en reactievermogen. Ze zijn onhandig, uitermate traag bij bv. omkleden, knoeien met eten, … (naar overzicht)

NLD: non-verbal learning disabilities

Leerlingen met NLD vertonen zwakke motorische, sociale, non-verbale en probleemoplossingsvaardigheden. Zij kunnen non-verbale signalen (nochtans ruim 65% van de communicatie) moeilijk interpreteren en voor zichzelf toepassen. Zij ondervinden grote moeilijkheden met het opnemen van visuele informatie, met ruimtelijk inzicht, fijne motoriek, vrienden maken en zelfredzaamheid. (naar overzicht)

Hoogbegaafdheid

Hoogbegaafde lln vertonen een grote honger naar kennis en nieuwe inhoud. Zonder veel inspanning pikken ze dat nieuwe op. Meestal ontwikkelen ze weinig of geen leer- of studievaardigheden. Ze vervelen zich snel. Hun intelligentie gebruiken ze soms om problemen te ontwijken. Als hun grote parate kennis en snelle geest niet meer volstaan om voldoende te presteren, kunnen ze faalangst en problematisch uitstelgedrag ontwikkelen. (naar overzicht)

Syndroom van Gilles de la Tourette

Als gevolg van een functionele stoornis in het neurotransmittersysteem van de hersenen ontstaan ongewild verschillende enkelvoudige en/of meervoudige, complexere tics.

Enkelvoudige tics (snelle, plotse, herhaalde, doelloze bewegingen):

motorische tics: bv. oogknipperen, grimassen, trekken met hoofd, schouders, armen, …

vocale tics: bv. keelschrapen, tongklakken, lipsmakken, snuiven, …

Meervoudige tics (meestal langzamer en niet zo plots, zodat ze opzettelijk lijken)

motorische tics: bv. ronddraaien, iets aanraken, aan dingen ruiken, zichzelf pijnigen

vocale tics: bv. echolalie (anderen nazeggen), palilalie (zichzelf nazeggen), coprolalie (sociaal onaanvaardbare taal)

Er moeten verschillende motorische tics en minstens één vocale tic zijn, niet noodzakelijk tegelijkertijd, maar wel dagelijks en vele malen per dag. (naar overzicht)