Zorgbeleid
Leerlingenbegeleiding
Een goed georganiseerde leerlingenbegeleiding is voor onze school een prioriteit. De individuele aanpak staat voorop. Het is de bedoeling dat leerlingen met diverse problemen opgevangen en geholpen kunnen worden. We onderscheiden drie categorieën:
- socio-emotionele begeleiding
Eerste lijn:
Titularis en vakleerkrachten vormen een eerste aanspreekpunt bij problemen. Ook een leerkracht waar je nu geen les (meer) van krijgt, mag je hiervoor gerust aanspreken. Zij volgen je verder op of sturen je door naar de leerlingenbegeleider of iemand van jouw keuze.
Tweede lijn:
De leerlingenbegeleiders per graad zijn personeelsleden aangeduid waar je specifiek terecht kan voor emotionele of relationele problemen die je studiewerk hinderen of misschien zelfs tijdelijk onmogelijk maken. Ook je ouders kunnen hier contact opnemen met deze persoon.
Derde lijn:
Binnen elke graad zijn één of twee leerkrachten aangeduid die zorgen voor continuïteit in de leerlingbegeleiding, onder leiding van de directie. (naar overzicht)
Eerste lijn:
de vakleerkracht en titularis en eventueel remediërende leerkracht (bijles tijdens de middagpauze)
Een eerste oorzaak van tegenvallende studieresultaten is niet of onvoldoende studeren. Eén tot twee uur per dag bezig zijn met schoolwerk blijft - ongeacht studiejaar of -richting - de richtlijn. Als je ondanks studeren en oefenen bepaalde zaken niet onder de knie krijgt, neem je best contact op met je titularis of vakleerkracht. Hij/zij oordeelt omtrent extra oefeningen en herhalingsopdrachten, extra uilteg, ... Ook klasgenoten kunnen je helpen om de leerstof te begrijpen. Om kleine hiaten bij te werken kan eventueel de bijles onder de middag soelaas brengen. De vakleerkracht stuurt door, de remediërende leerkracht volgt op.
Tweede lijn:
individueel gerichte begeleiding buiten de school
Bij grotere problemen/tekorten wordt best een afzonderlijke begeleiding buiten de school opgestart, vaak via (externe) bijles. (naar overzicht)
Begeleiding bij studiemethodiek
Een goede studiemethodiek, het leren-leren, wordt reeds vanaf het eerste jaar aangebracht. Opvolging en tips krijg je nog altijd van titularis en vakleerkracht, of leerlingenbegeleider.
Evaluatie na examens 1e trimester
Voor vakken met een te groot tekort of globaal zwakke resultaten formuleert de klassenraad een advies. Het is mogelijk dat je extra deze je extra begeleiding voorstelt en/of oplegt.
Het Centrum voor Leerlingbegeleiding, Langestraat 12, 9300 Aalst is op school vertegenwoordigd door Ingrid Lamin, Katrien De Feyter en Assunta Gillioen. Zij verzorgen een permanentie op school dat via de Maandkrant wordt medegedeeld. Een afspraak kan steeds belegd worden via het leerlingensecretariaat, de school (053 76 95 70) of het CLB zelf (053 78 85 10) (naar overzicht)
Leren leren
In de 1e graad wordt veel aandacht besteed aan 'hoe studeren'. De leerlingen van het eerste jaar ontvangen bij het begin van het schooljaar een boekje met studietips; samen met de titularis en de vakleerkrachten wordt er naar gestreefd om een goede studiemethode te ontwikkelen. In het tweede jaar wordt met een tweede boekje één en ander opgefrist en in dezelfde richting verder gewerkt.
De zorg voor 'Leren Leren' wordt in de 2e en 3e graad verder gezet. In geval van studieproblemen kan de leerling een beroep doen op de leerlingenbegeleider, of wordt eventueel een CLB-medewerker ingeschakeld. In bepaalde gevallen wordt klassikaal gewerkt rond planning, efficiëntie, ... .
Leer- en ontwikkelingsstoornissen
ADD attention deficit disorder ADHD attention deficit hyperactivity disorder
ASS autisme(spectrumstoornis) Dyscalculie Dyslexie - Dysorthografie
Dyspraxie Hoogbegaafdheid NLD non-verbal learning disabilities
Syndroom van Gilles de la Tourette
ADD: attention deficit disorder
Leerlingen met ADD vertonen een gebrek aan concentratie en volgehouden aandacht. Hun denken verloopt chaotisch. Het zijn stille prutsers die niet altijd opvallen in de klas. ADD komt vaak samen voor met dyslexie/dysorthografie/dyscalculie/dyspraxie. (naar overzicht)
ADHD: attention deficit hyperactivity disorder
Leerlingen met ADHD vertonen een gebrek aan concentratie, zijn impulsief en overbeweeglijk, vallen onmiddellijk op en worden vaak omschreven als vervelend en storend. Soms kunnen ze echter wel rustig met iets bezig zijn als het hen echt interesseert. (naar overzicht)
ASS: autisme (spectrumstoornis)
Leerlingen met autisme of een autismespectrumstoornis hebben moeite met communicatie, sociale interactie en creatief verbeeldingsvermogen. Ze zijn over- of ondergevoelig voor zintuiglijke prikkels. Minder gestructureerde situaties als de speelplaats en uitstappen kunnen angst en onzekerheid veroorzaken. Autisme komt voor op alle niveaus van verstandelijk functioneren. De intelligentie beïnvloedt wel sterk de communicatieve en compenserende mogelijkheden. Elke leerling heeft een sterk eigen profiel en vraagt een aangepaste aanpak. (naar overzicht)
Leerlingen met dyscalculie vertonen opvallende en blijvende moeilijkheden met wiskunde op het vlak van automatiseren (geheugendyscalculie), vaardigheden en technieken (procedurale dyscalculie) en/of problemen met visueel-ruimtelijke en motorische vaardigheden (visuo-motorische dyscalculie). Niet elk kind vertoont alle kenmerken, maar de drie probleemvlakken blijken moeilijk af te bakenen. Dyscalculie kan samengaan met ADHD, dyslexie en NLD. (naar overzicht)
Leerlingen met dyslexie (overkoepelend begrip) vertonen opvallende en blijvende moeilijkheden met technisch en begrijpend lezen (dyslexie) en/of spelling (dysorthografie). De fouten die zij maken, lijken op verstrooidheidsfouten. Zij lezen hun vragen dikwijls verkeerd en antwoorden dan ook fout of onvolledig. Vooral bij vreemde talen geeft dat heel wat problemen. (naar overzicht)
Dyspraxie (DCD – Developmental coordination disorder)
Leerlingen met ontwikkelingsdyspraxie (coördinatie-ontwikkelingsstoornis) vertonen opvallende en blijvende moeilijkheden met fijne en grove motorische vaardigheden.Ze schrijven moeizaam en moeilijk leesbaar. Ze hebben moeite met turnen, balspelen, evenwicht en reactievermogen. Ze zijn onhandig, uitermate traag bij bv. omkleden, knoeien met eten, … (naar overzicht)
NLD: non-verbal learning disabilities
Leerlingen met NLD vertonen zwakke motorische, sociale, non-verbale en probleemoplossingsvaardigheden. Zij kunnen non-verbale signalen (nochtans ruim 65% van de communicatie) moeilijk interpreteren en voor zichzelf toepassen. Zij ondervinden grote moeilijkheden met het opnemen van visuele informatie, met ruimtelijk inzicht, fijne motoriek, vrienden maken en zelfredzaamheid. (naar overzicht)
Hoogbegaafde lln vertonen een grote honger naar kennis en nieuwe inhoud. Zonder veel inspanning pikken ze dat nieuwe op. Meestal ontwikkelen ze weinig of geen leer- of studievaardigheden. Ze vervelen zich snel. Hun intelligentie gebruiken ze soms om problemen te ontwijken. Als hun grote parate kennis en snelle geest niet meer volstaan om voldoende te presteren, kunnen ze faalangst en problematisch uitstelgedrag ontwikkelen. (naar overzicht)
Syndroom van Gilles de la Tourette
Als gevolg van een functionele stoornis in het neurotransmittersysteem van de hersenen ontstaan ongewild verschillende enkelvoudige en/of meervoudige, complexere tics.
Enkelvoudige tics (snelle, plotse, herhaalde, doelloze bewegingen):
motorische tics: bv. oogknipperen, grimassen, trekken met hoofd, schouders, armen, …
vocale tics: bv. keelschrapen, tongklakken, lipsmakken, snuiven, …
Meervoudige tics (meestal langzamer en niet zo plots, zodat ze opzettelijk lijken)
motorische tics: bv. ronddraaien, iets aanraken, aan dingen ruiken, zichzelf pijnigen
vocale tics: bv. echolalie (anderen nazeggen), palilalie (zichzelf nazeggen), coprolalie (sociaal onaanvaardbare taal)
Er moeten verschillende motorische tics en minstens één vocale tic zijn, niet noodzakelijk tegelijkertijd, maar wel dagelijks en vele malen per dag. (naar overzicht)
Schoolloopbaanbegeleiding
Doorheen het curriculum van de leerling liggen verschillende keuzemomenten. Het is een absolute voorwaarde voor het welslagen, welbevinden en niet in het minst de motivatie van de leerling, dat deze zo snel mogelijk in de juiste studierichting binnen het secundair terechtkomt.
Voor elke leerling dienen de interesses enerzijds, de verschillende capaciteiten en motivatie anderzijds nagegaan te worden en hoe deze zich ontwikkelen. De overstap vanuit het basisonderwijs en het 2e, het 4e en het 6e jaar van het secundair onderwijs zijn belangrijke keuze- en/of scharniermomenten. Onder begeleiding van de titularis/leerkracht wordt dit proces van kiezen begeleid. Leerlingen peilen door zelfonderzoek naar hun mogelijkheden en interesses, exploreren de verschillende studiekeuzemogelijkheden met hun specifieke inhouden, ... Op deze wijze maken ze niet alleen kennis met het eigen schoolaanbod maar met de brede waaier aan opleidingsmogelijkheden en verantwoorde overgangen. Mede op basis van het behaalde studieresultaat wordt door de klassenraad getoetst of de leerling een realistische keuze heeft gemaakt. De klassenraad formuleert hierbij een advies dat eveneens aan de ouders medegedeeld en becommentarieerd wordt door middel van een oudercontact. Ook het CLB, dat tevens een partner is bij de keuzebepaling, kan aangesproken worden zowel door leerlingen als door ouders.
Voor de zesde jaren is er een analoge werkwijze. De overstap naar het hoger onderwijs wordt extra begeleid door middel van enkele specifieke activiteiten:
- oktober-november: uiteenzetting keuzemogelijkheden, structuur en creditsysteem hoger onderwijs
- november: keuzeavonden: oud-lln (of de hoge school zelf) stellen hun gekozen richting zelf voor en beantwoorden vragen van de 6e jaars aangaande moeilijkheidsgraad, vakkenpakket, wijze van lesgeven, ...
- januari-februari: SID-IN te Gent ('beurs' waar de hogescholen zichzelf voorstellen)
- 2e trimester: bezoek aan een (of meerdere richtingen aan een) hogeschool
Taalbeleid
Binnen ons zorgbeleid besteden we ook aandacht aan ons taalonderwijs. We bouwden hiervoor een taalbeleid uit. Dit beleid steunt op drie pijlers:
- taalvaardigheid van alle leerlingen verbeteren;
- speciale begeleiding van leerlingen met een leerstoornis;
- de zorg voor anderstalige leerlingen.
Begin september leggen alle leerlingen van het eerste jaar taaltesten af. Via drie genormeerde testen wordt de taalvaardigheid van elke leerling gemeten.
Leerlingen met een spellingsachterstand of met een spellingsprobleem krijgen extra aandacht in de lessen Nederlands. Ook in andere taalvakken wordt er kort op de bal gespeeld. Indien het resultaat van de taalvaardigheidstesten onvoldoende blijkt te zijn, wordt er een vierde test afgenomen. Wanneer ook hier een probleem optreedt, worden ouders gecontacteerd en wordt de leerling doorverwezen naar het CLB of een logopedist.
Leerlingen met een leerstoornis (dyslexie, dysortografie,...) die over een attest beschikken (logopedist, psycholoog, gespecialiseerde instelling), kunnen STICORDImaatregelen krijgen. (STimuleren, COmpenseren, Remediëren en DIspenseren).
Voor anderstaligen stippelden we een remediaal beleid uit: zij kunnen extra bijles onder de middag krijgen. Ook vanuit de scholengemeenschap kunnen deze leerlingen ondersteuning krijgen. Enerzijds via de alfaklassen en anderzijds via de hulp voor leerlingen die uit OKAN komen.
Pestactieplan
Onze school wil een school zijn waarin pesten geen plaats heeft. Pestproblemen zijn vaak slepende en ernstige problemen. We moeten alles doen om pesten te voorkomen en het tijdig aan te pakken.
In de meeste gevallen wordt gekozen om in een eerste stap niet bestraffend op te treden maar wel een opbouwend gesprek te hebben met alle betrokkenen
- de titularis of vertrouwensleerkracht spreekt eerst met de pester en het slachtoffer apart
- daarna volgt een gezamenlijk gesprek
alles vanuit het oogpunt dat het pestprobleem zo vlug mogelijk opgelost kan worden.
Bij herhaling van de pestproblemen en niet opvolging van de gemaakte afspraken worden de ouders ingeschakeld en wordt een begeleidingscontract overwogen. Bij verder negeren van de afspraken, zal repressief opgetreden worden.
De school doet een oproep aan alle leerlingen om aan de klastitularis of aan een vertrouwensleerkracht tijdig eventuele pestproblemen in of buiten het klaslokaal te melden. Het gaat hier helemaal niet om verklikken maar om een belangrijke hulpverlening.
Drugactieplan
Onze school wil een drugsvrije school zijn en ertoe bijdragen dat jongeren niet verslaafd geraken aan drugs. Bovendien zijn illegale drugs door de wet verboden. Zoals voor pestgedrag, geldt bij drugs het principe dat de school op de eerste plaats niet bestraffend maar helpend wil optreden, zij het met gradaties in aanpak. Ook hier geldt de oproep aan de leerlingen om via de titularis of vertrouwensleerkracht drugsproblemen op school te melden. Ook in dit geval gaat het niet om verklikken maar om een eerste stap naar hulpverlening.
In de praktiijk onderscheiden we vier situaties:
- in een eerste situatie vraagt een leerling zelf spontaan om hulp. De leerling kan zo zelf naar de titularis, een vertrouwensleerkracht of een CLB-medewerker stappen om het probleem te bespreken.
- in een tweede situatie zijn er vermoedens van druggebruik op basis van gedragsveranderingen bij de leerling of op basis van meldingen van derden.
In de praktijk wordt in beide situaties op de eerste plaats gewerkt via een hulpverlenend gesprek. Dit kan een gesprek zijn tussen de leerling en titularis of ook tussen de leerling en de vertrouwensleerkracht, leerlingenbegeleider, CLB-medewerker, ...
- in een derde situatie wordt de leerling betrapt op bezit of op gebruik van drugs. Dit kan bijvoorbeeld omdat de leerling onder invloed in de klas zit, door de politie tijdens de middagpauze op heterdaad betrapt wordt., …
In deze situatie bepaalt het schoolreglement dat er enerzijds ordemaatregelen zullen genomen worden (bvb strafstudie, tijdelijke schorsing, ...) en dat er een begeleidingscontract afgesloten wordt. Er zal deskundige hulp (meestal extern) ingeschakeld worden. De klassenraad wordt op de hoogte gebracht en kan indien nodig overgaan tot bijkomende tuchtmaatregelen (bvb extra schorsing).
- bij het vaststellen van het verhandelen van drugs (dealen) worden onmiddellijk tuchtmaatregelen genomen.
Er wordt bekeken of via een strikt begeleidingscontract nog een nieuwe kans voor de leerling op de school mogelijk is. De klassenraad, die in zo een situatie bijeengeroepen wordt, heeft echter wel de mogelijkheid om over te gaan tot definitieve uitsluiting. Bovendien heeft de school in deze situatie een meldingsplicht naar de preventiedienst van de lokale politie.
INFODAG 30 juni 2012
zaterdag 30 juni 2012 van 9u tot 12u
In het bijzonder voor leerlingen (en hun ouders) die van (studie)richting wensen te veranderen
ontdek de diverse studiemogelijkheden, of speciaal de TSO-richtingen
ingang via Dendermondsesteenweg/Esplanadeplein