Sint-Maarteninstituut
Technisch Instituut Sint-Maarten

Scholengroep Sint-Maarten

In de geest van Sint-Maarten

Historiek SMI

Begin en eerste schoolstrijd (1879-1914)

De eerste schoolstrijd om de ziel van het kind werd op het scherp van de snee uitgevochten. De vrijzinnige regering Frère-Orban (1879-84) wou de invloed van de Kerk op de maatschappij verminderen en de zgn. ongelukswet (1879) van onderwijsminister P. Van Humbeeck wou het onderwijs volledig onder staatstoezicht brengen. De katholieke zuil mobiliseerde massaal en de bisschoppen stonden erop dat er in elke parochie een katholieke lagere school was. In de context van deze Kulturkampf is ook het ontstaan van het SMI te situeren. Z.E.H. Carolus De Blieck, deken van Aalst van 1851 tot 1889, zorgde ervoor dat er tussen 1879 en 1881 maar liefst 6 nieuwe katholieke lagere scholen en 4 kleuterscholen werden toegevoegd aan het katholieke net. Met de financiële steun van baron Paul De Bethune en onder invloed van de plotse sluiting (sept. 1880) van de school van de Broeders der Christelijke Scholen op het Keizerlijk Plein, werd er een bisschoppelijk college opgericht in oktober 1881: het SMI. Pas in 1883 belandde het SMI op zijn huidige locatie aan het Esplanadeplein, de vroegere “Koolenmerkt”. Goed begonnen is half gewonnen, maar het SMI werd met sluiting bedreigd nog voor zijn eerste 10-jarig jubileum. In april 1890 was Mgr. Stillemans, bisschop van Gent van 1889 tot 1916, bereid om het St.-Livinusgesticht van de Broeders der Christelijke Scholen opnieuw te laten starten en het bisschoppelijk college, het SMI dus, te sluiten !!! Groot protest in het Klein College natuurlijk, maar hoe was het zo ver kunnen komen? Misschien hadden de priester-leraars uit het bisschoppelijk college zich te weinig ingezet om de acties van priester Daens af te keuren, zoals de bisschop had (voor) gedaan. Terwijl het Jezuïetencollege zich resoluut keerde tegen zijn briljante oud-leerling, was de houding van het SMI niet uitgesproken pro of contra. Vanaf 1905 werden door het SMI geen bestellingen meer gedaan bij de familie Daens. In oktober 1894 was er in de feestzaal een kiesmeeting waarin Ch. Woeste, de gezworen tegenstander van priester Daens, het woord voerde en in 1906 werd Woeste uitgenodigd als feestredenaar bij de viering van het 25-jarig bestaan van het SMI.

Wereldoorlog één en de vervlaamsing (1914-1931)

Korte tijd later werd het SMI opnieuw bedreigd: in het begin van WO I werd ook het SMI getroffen door het Duits bombardement op Aalst van 26 en 27 september. Een eerste bom viel in het salon van het priesterhuis, een tweede in de feestzaal en een derde op de muur van de tuin. Vrij vlug na de Duitse inval werden belangrijke Duitse administratieve diensten zoals de Kommandantur, het Meldebüro en het Passbüro in het woonhuis van de priesters ondergebracht. Gelukkig konden de lessen nog vrij vlot doorgaan. In oktober-november 1917 werd de school volledig opgeëist om Duitse piloten en een drukkerij in onder te brengen. Dit betekende voor de leerlingen echter geen technische werkloosheid, in tegendeel: ze werden opgevorderd door de directie om de inboedel van de klassen te verhuizen naar onderkomens verspreid over de stad om daar verder les te kunnen volgen.

Een andere “heroïsche” periode speelde zich af tijdens het interbellum: de Vlaamse ontvoogdingsstrijd. Hoewel de taalwet op het Middelbaar Onderwijs pas in 1932 werd goedgekeurd, begon de vervlaamsing in het SMI reeds vroeger.
Onder invloed van de toenmalige superior Frans Poelaert, was dit vernederlandsingsproces reeds in 1919 ingezet. Dat neemt echter niet weg dat in 1929 nog steeds meerdere vakken (o.a. algebra, handelscorrespondentie, handelswetenschappen en Frans) uitsluitend in het Frans werden onderwezen. Bovendien moesten de leerlingen der middelbare klassen Frans spreken gedurende de morgen- en namiddagspeeltijd. Betrapte leerlingen kregen als straf 2 bladzijden Franse tekst en een geldboete (!!!) variërend van 10 cent in 1918 tot 25 cent in 1925. Anderzijds liet superior Poelaert vanaf 1920 bij officiële plechtigheden naast de Belgische tricolore ook de Vlaamse Leeuw wapperen. Aalsterse verfranste belgicisten spraken er in 1928 schande over “dat een bisschoppelijk onderwijsgesticht op dagen der plechtige processiën met het vaandel der separatisten (!) bevlagd wierd”. Later zou hij op de blaren moeten zitten voor zoveel Vlaams engagement.

Jaren ‘30 en Wereldoorlog II (1931-1945)

Superior Poelaert (1915-33) had er tijdens het interbellum voor gezorgd dat het ”Klein College” een beetje minder klein was geworden. Een toename van het aantal jaren (4de en 5de middelbaar), het aantal leerlingen (410 in 1913, 700 in 1918, 915 in 1933 – telkens basisschool en humaniora samen) en dus ook het aantal klaslokalen (+ 16) was de grote constante. Een groot superior dus, mede door de grote sommen geld die geïnvesteerd of uitgegeven waren.
En toch werd deze briljante geest in 1933 weggepromoveerd tot pastoor van Denderleeuw.
De verklaring hiervoor zou te vinden zijn in diens vervlaamsing van het SMI. Dit was blijkbaar in het verkeerde keelgat geschoten van invloedrijke francofiele kringen. Maar waarom wachtte men dan tot 1933 om hem weg te werken?

In 1937 werd de St-Maarten KSA-bond opgericht. Deze bestaat nog steeds.

WO II : In 1940 voltrok zich ongeveer een identiek scenario als in WO I: het SMI werd door de Duitsers opnieuw opgeeist als Orts- en Kreiskommandantur. Aan de witte poort werd zelfs een bunker opgetrokken ter bescherming van deze strategische post.
Sommige priester-leraars lieten zich daardoor niet weerhouden om te sympathiseren met het Verzet. Enkele flamingante onderwijzers deden hetzelfde, maar dan met de bezetter. Het zou hen zuur opbreken. De Duitse aanwezigheid was o.a. te merken aan de Duitse camions die op de speelplaats geparkeerd stonden onder de galerij. Sommige leerlingen waren zo roekeloos dapper een poging te ondernemen de banden van die voertuigen plat te zetten. Ze kwamen er vanaf met enkele schoppen onder hun dierbaar achterste.
Ook superior Verbraeken (1938-‘50) kwam er nog vrij goed van af toen hij weigerde de lijst met oudste leerlingen aan de Duitse bezetter te overhandigen (met het oog op de verplichte tewerkstelling). Hij werd in augustus ’44 gevangen gezet, maar gelukkig gebeurde de bevrijding van Vlaanderen begin september.
Een vijftal SMI-onderwijzers kwamen er minder goed van af ten gevolge de repressie. Sommige werden zelfs van de speelplaats geplukt door het gewapend verzet en overgebracht naar de Pupillenschool (op de Graanmarkt) in afwachting van hun proces. Onderwijzer Herman De Vos werd na zijn vrijlating door de procureur van Dendermonde (door een fanatieke vleugel van het verzet) uit zijn huis meegenomen en ’s anderendaags dood aangetroffen, doorzeefd met kogels. De anderen wachtte ontslag of nog een lange administratieve lijdensweg tengevolge de epuratie.

Tweede schoolstrijd (1945-1958)

De oud-leerlingenbond werd in 1947 heropgericht en in dit geval was tweede keer goede keer.

Van de Koningskwestie zijn niet veel sporen terug te vinden. Maar mogelijks waren er ook SMI-leerlingen bij de katholieke studenten die de partijlokalen van BSP en KP bekogeld en bedreigd hadden, zoals B. Van Hoorick in zijn autobiografie beschrijft.

Na WO-II ging het leerlingenaantal terug in stijgende lijn met het gekende gevolg: opnieuw een bouwdossier. Het klein college werd nu echt groot want er was een hogere cyclus en een Latijn-wiskunde afdeling (1950) bijgekomen. In 1956 waren er meer dan 1500 leerlingen.

In de 2de schoolstrijd (1954-‘58) liet het SMI zich niet onbetuigd: superior De Keersmaecker (1953-‘57) ontpopte zich tot een veelgevraagde en vlijmscherpe spreker op vele infovergaderingen. In het (oud)leerlingenblad Kontakt werden ettelijke bladzijden besteed aan de zgn. wet Collard (’55). Bovendien zitten in het SMI-archief nog tientallen strooibriefjes die in woord en beeld de verderfelijke politiek van de onderwijsminister op de korrel namen. Hoogstwaarschijnlijk werden die dus “en masse” uitgedeeld aan de leerlingen, evenals de petitie gericht aan de koning en de omslagen voor een bijdrage.
Een ander gevolg van de schoolpolitiek van de toenmalige paarse regering Van Acker was de oprichting van een SMI-filiaal in Lede en het verschijnen van steeds meer leken-leraars (27 in 1960).

Jaren ‘60 en ‘70 (1958-1980)

Uitbreiding. De democratisering van het onderwijs zorgde opnieuw voor een forse toename van het leelingenaantal: 3.261 in 1965 (alle vestigingen samen), nieuwe afdelingen (WB in ‘61, Latijn-Wetenschappen in ’62). En nog maar eens voor nieuwe bouwplannen. Hiertoe werd de oude textielfabriek Van Ghysegem-De Kegel aangekocht. In de aangepaste gebouwen werd in 1962 de VKH of Vrije Katholieke Handelsschool (het huidige TIS dus) ondergebracht. De eerste directeur werd de toenmalige SMI-prefect, E.H. Colpaert (1962-‘77). Een jaar later werd de avondschool opgestart, met Herman De Schrijver als 2de directeur (1965-’95). In 1965 werd met een Latijn-Griekse de kers op de SMI-taart gezet, want nu had het klein College ook de meest prestigieuze humaniora-afdeling. De basisschool nam in de jaren ’60 diverse parochiescholen over en opende ook nog enkele wijkafdelingen: Meuleschettestraat (’60), Moorselbaan en Spaarzaamheidsstraat (’63), Raffelgemstraat (’67), Driesleutelstraat (’69). Ook de eerste inspraakorganen (leraren, leerlingen- en ouderraad) dateren uit deze periode. In 1959 werd de basis gelegd van wat in 1961 door dirigent E.H. M.Ghijs de “Schola cantorum Cantate Domino” werd gedoopt. De eerste buitenlandse optredens lieten niet lang op zich wachten. Leuven-Vlaams ging niet ongemerkt voorbij. Ook in het SMI speelden de leerlingen “Leuven-Vlaams” tijdens de speeltijd. In de jaren ’70 stabiliseerde het leerlingenaantal en werd er vooral gewerkt aan de didactisch-technische uitrusting van de school, wat het studieniveau nog meer ten goede kwam. In de handelsafdeling werd het vak informatica reeds in 1973 geïntroduceerd. De nieuwlichterij van het VSO daarentegen had hier minder succes. Het personeel woonde nochtans vele infovergaderingen bij, maar uiteindelijk werd het niet ingevoerd. Dat was wel het geval met de vijfdagenweek. Uit de jaren ’70 dateren ook de bouw van blok 900, de eerste Oost-Europa- en Griekenlandreizen, de sneeuwklassen,... En toen kwam het eeuwfeest al snel naderbij. Het 100-jarig bestaan werd gevierd met een historische en artistieke tentoonstelling in het Oud Hospitaal, een reeks van 6 voordrachten over o.a. economie, sport, … en natuurlijk ook het boek “100 jaar SMI”. Klik hier en u krijgt in de fotogalerij een overzicht van 125 jaar SMI-foto's.

De jaren 1981 - 2006, op naar 125 jaar SMI

Gebouwen en richtingen (1981-2006)

In de laatste 25 jaar zijn er in het SMI ook dingen gebeurd die de vergelijking kunnen doorstaan met het ondertussen roemrijke verleden uit de eerste SMI-eeuw. Als je de evolutie van het patrimonium in de 1ste eeuw SMI bekijkt dan zou je bijv. de indruk krijgen dat het hier een semi-permanente bouwwerf  was. Bovendien lijkt er aan dat patrimonium niet veel meer veranderd. Afgezien van de laatste 3 jaar natuurlijk waarin een soort inhaalbeweging werd uitgevoerd met de bouw van een nieuw leraarszalencomplex (2003), de afbraak van het grotendeels leegstaande A-blok van SMI 2 langs de Vrijheidsstraat (2004) en de bouw van een indrukwekkend sportcomplex op diezelfde plaats (2005-06). Maar ook in het begin van de laatste kwarteeuw was er een drukke bedrijvigheid: verwerving en verbouwing SMI 2  (1981), nieuwbouw Haaltert (’83), verbouwing kleine refter tot medialokaal (’83), uitbouw van het auditorium (’85), afbraak van de neogotische kapel op SMI 2 evenals de oude gebouwen langs de Ridderstraat (o.a. boterhammenrefter)(’94), bouw van een sanitair blok, een nieuw afdak en sociale appartementen van Veilig Wonen (’95). En verder nog: een volledig nieuw blok in de SMI-basisschool in de Raffelgemstraat (’94), 2 prefabklassen in het lagere schoolfiliaal Immerzeeldreef (’94).

 

Was er in de jaren 60-70 vooral een uitbreiding van de basisschool met wijkafdelingen en filialen, dan was dit nu het geval voor het middelbaar en de avondschool: fusie van de VKH of Vrije Katholieke Handelsschool met het St.-Jozefinstituut te Haaltert en het O.-L.-V.- ter Mureninstituut in Erembodegem tot TIS (1982-83), nieuwe technische afdelingen zoals Informatica en Moderne Talen (’81), Boekhouden (’82), 7de jaar voorraadadministratie (’90), informaticabeheer (’99), commercieel webbeheer (2001), …

In de humaniora veranderden de namen met het eenheidstype (moderne talen-wetenschappen, moderne talen-wiskunde, …), maar kwamen er eigenlijk geen nieuwe richtingen bij (behalve misschien Latijn-moderne talen). Door de fusie met het Sint-Jozefinstituut (sept.’99) kwam er natuurlijk ook een stuk patrimonium bij (blok 500 bis). In de avondschool (de vroegere VTH of “Vrije Taal- en Handelsleergangen” of OSP, “onderwijs voor sociale promotie” of CVO, “centrum voor volwassenenonderwijs”) kwamen er zo mogelijk nog meer nieuwe richtingen bij: informaticaverwerking (’84), Italiaans (’86), tekstverwerking (’87), toepassingssoftware (’90), Portugees (’99), Grieks, Zweeds en Arabisch (2003), … In de jaren ’80 waren bovendien enkele filialen overgenomen: de kledingafdelingen in Oudegem, Baardegem en Borsbeke en in 2002 de avondschool van het H. Maagdcollege in Dendermonde.

Door de rationaliseringsdrang (lees: besparingsdwang) werden diverse filialen enkele jaren na de overname gesloten: TIS-Erembodegem in 1990, TIS-Haaltert in 1998, de avondschool in Oudegem en in Baardegem in 1987, en het filiaal in Borsbeke in 1995.

 Leerlingen en leerkrachten (1981-2006)

Dit alles had natuurlijk zijn invloed op het leerlingenaantal: in de humaniora waren er in de 2de helft van de jaren ’70 950 à 875 leerlingen. De 5de kwarteeuw startte met 890 eenheden. De evolutie ging via een golvende lijn in dalende richting tot in het midden van de jaren ’90 (met 795 als dieptepunt). Daarna ging het terug in stijgende lijn (900 in 1998-99). Door de fusie met het St.-Jozefinstituut werd de kaap van de 1000 opnieuw overschreden (de 3de maal in 125 jaar…maar nu voor de humaniora apart). Maar vanaf 2002 ging de golvende beweging terug in dalende richting (953 in sept.2006). In de technische afdeling zorgde de fusie met de scholen in Erembodegem en Haaltert (’82-83) voor een gevoelige stijging: van 505 naar 800. Op het einde van de jaren ’80 kwam er echter een serieuze daling en die magere jaren bleven tot de 2de helft van de jaren ’90 (met 530 als dieptepunt). Daarna ging het terug in stijgende lijn tot 2003 (680). En daarna een déjà vu-effect (570 in 2006).

Opvallend is dat zowel SMI als TIS de 5de kwarteeuw qua leerlingenaantal ongeveer op hetzelfde niveau beëindigen als ze begonnen waren. Dit in tegenstelling tot de avondschool waar we van een exponentiële groei kunnen gewagen: van 515 in 1980 naar 2812 in 2004.

Ook het aantal leerkrachten (SMI + TIS) nam toe: van 109 in 1980 over 157 in 1990 naar 171 in 2003. De daling is hier van zeer recente datum: 160 in 2006. Waren er in 1980 nog 7 priester-leraars, dan is dat in 2006 nog maar 1 (nl. Erik Van Laere, die vanaf december 2006 geniet van een verdiende rust).

Secularisatie en vervrouwelijking (19881-2006)

Ook op directieniveau is de secularisatie zichtbaar: in september 2006 stopte E.H. André Coussens als laatste superior en verscheen er voor het eerst een leek en dan direct een vrouw als directeur, nl. Christine Hoogewys.

Een andere ingrijpende evolutie is de vervrouwelijking. In het schooljaar 1994-95 werd de 1ste graad van het SMI gemengd en in september 1998 smolt die zelfs samen met die van het SJI. In september ’99 werd de volledige fusie van SMI en SJI een feit. Tien jaar na de val van de Berlijnse muur werd ook de muur op de smalle speelplaats (waar ooit de grot prijkte) gesloopt. De plek waar menig jongenshart harder geklopt heeft verloor daardoor zijn romantische charme… Daar tegenover stond echter dat de verhouding jongens-meisjes in het SMI op het einde van de jaren ’90 nog één derde meisjes en twee derden jongens was, maar in 2005-06 reeds fifty-fifty. Ook bij de leerkrachten zien we een zelfde verhaal: in 1980 waren er 12 vrouwelijke leerkrachten (in 1972 pas was het eerste exemplaar verschenen, nl. de echtgenote van wetenschapsleraar R. Leroy). In 1990 waren er reeds 52 of 33 % en in 2003 waren dat er 83 of ca. 50 %. In september 2006 werd Christine Hoogewijs de eerste vrouwelijke superior.

Ook op vestimentair vlak had dit zijn gevolgen: stofjassen (ook wel gekend als “cache-poussière”), jagers- en vierdeukenhoeden verdwenen uit de leraarszaal. Ook de das is een rariteit geworden. Jeans,  (baseball)pet en GSM hebben hun plaats veroverd.

 Democratisering en engagement (1981-2006)

De meest spectaculaire evolutie in de 5de kwarteeuw is de evolutie van de herexamens en C-attesten.  In de periode 1980-94 lag het aantal herexamens in de humaniora tussen 15 à 22 %. Vanaf 1995 daalde dit onder de 11 % en vanaf 2000 zelfs onder de 7 %. Op ca. 20 jaar tijd kunnen we dus spreken van een halvering! In het TIS was die daling minder uitgesproken. Het aantal C-attesten daalde in de humaniora van 6 % gemiddeld in de periode 1980-91 naar 3 % in de periode 1992-2005. Ook hier dus een halvering ! In het TIS was er terug een veel kleinere daling.

 Minder opvallend is de verdere democratisering die in de nadagen van ’68 (hier dus met enige jaren vertraging) gestart was.

In het begin van de 5de kwarteeuw was er zelfs enige participatiemoeheid te bemerken: de lerarenraad stopte in ’83 en de leerlingenraad was zelfs al in 1977 verdwenen. Maar op het einde van de jaren ’80 verschenen ze opnieuw en in de 2de helft van de jaren ’90 werd de participatie via wettelijke decreten verder uitgebouwd, ondersteund of zelfs opgedrongen.

De inspraakorganen rezen in alle geval als paddestoelen uit de grond: comité preventie en bescherming op het werk, participatieraad (’92) die in 2005 werd omgevormd tot schoolraad, ondernemingsraad die in 1995 veranderde in ‘loc’ (lokaal onderhandelingscomité), parasg of particiapatieraad van de scholengemeenschap, ‘lop’ (°2003) ofte lokaal overlegplatform. Om nog te zwijgen van de vele didactische werkgroepen: graadcoördinatie, WPB (werkgroep pedagogisch beleid), WG conflict, cel leerlingenbegeleiding,… Aan vergaderingen geen tekort dus.

De maatschappij-kritische betrokkenheid van de leerlingen bleek uit de vele caritatieve acties die door de leerlingen financieel of moreel gesteund werden: pronostiekwedstrijd missiematch, Kerstkaarsen-, Vredeseilanden- en Damiaanactie, Primulaverkoop, Vreugdetocht, solidariteitsontbijt, schrijfgroep Amnesty International, Sint-Maarteninzamelactie, …

Sporen van de “mei ’68-geest” waren in de 5de kwarteeuw zeldzamer: in de jaren ’80 namen individuele leerlingen deel aan plaatselijke anti-raketenbetogingen, maar dat werd door de directie niet geapprecieerd en beschouwd als “onwettig afwezig”. In de herfst van 1996 was er een plaatselijke Witte Mars van leerlingen. Na enkele wilde acties, was er een gezamenlijke optocht waarop de voorzitter van de leerlingenraad van het SMI het woord voerde.

Wat de andere SMI-gebruikers betreft, veranderde er niet zoveel: het schoolkoor Cantate Domino en de Sint-Maarten KSA-bond bleven actief. Kwantitatief zagen beiden hun aandeel wel dalen. Dit was niet het geval voor de dansworkshop SMI, die zich genoopt zag ook andere oefenlocaties in gebruik te nemen. De “Jeugd zonder Land”-werking van E.H. Louis Van Mullem verdween na ca. 40 jaar in de 2de helft van de jaren ’90.

Zoals reeds gezegd: the SMI-story continues. Als je er met beide voeten in staat, lijkt het dagdagelijks leven maar doodgewoon, maar vanuit vogelperspectief oogt ook het gewone indrukwekkend…

Gewoon voortdoen is dus de boodschap. Kwaliteit, maar niet alleen voor de elite. Daarin was het Klein College ook in het verleden groot. Voortdoen met remediëring, zorgverbreding, … zonder de kwaliteit uit het oog te verliezen. Sint Maarten zei het al: “Non recuso laborem”. En is dit in het Olsjters niet te vertalen als: “weir doen voesj”?!

Wouter Van Der Spiegel.

Bronnen:

G. VAN BOCKSTAELE. Het SMI, 1881-1980.  (de laatste exemplaren !)   aan 5 euro

W. VAN DER SPIEGEL. De SMI-saga, dl.2: de 5de  kwarteeuw (1980/81 – 2005/06) : 10 euro.     

Historische strip In de ban van de SMI-mysteries, 1881 – 2006 door Z. YZEBIE en leerlingen-W. VAN DER SPIEGEL:  6 euro.

Combinatiepakket: addendum + strip : 15 euro

Super combinatiepakket: addendum + strip + Het SMI, 1881 – 1980:  20 euro.