Zorgbeleid
In onze school durven wij de verschillen tussen kinderen (h)erkennen. Wij zijn ervan overtuigd dat de gemiddelde leerling niet bestaat. Elke leerkracht op zich probeert hiermee in zijn didactisch handelen (lesgeven) en/of de organisatie van de klas zoveel mogelijk rekening te houden. Ook in de organisatie van onze school nemen wij een aantal maatregelen waarmee wij tegemoet willen komen aan de verschillen tussen kinderen. De zorgleerkracht is daar één voorbeeld van.
Deze wordt ingeschakeld bij leermoeilijkheden of om lichte tekorten of achterstanden (o.a. door ziekte) zo snel mogelijk weg te werken.
Deze leerlingen volgen de gewone lessen, maar worden op bepaalde tijdstippen in of uit de klas intensief begeleid door deze leerkracht.
Deze extra begeleiding wordt, in samenspraak met de leerkracht (titularis), geregeld. U, als ouder, wordt hiervan op de hoogte gebracht en uitgenodigd voor een gesprek telkens als dit nodig wordt geacht.
Het spreekt vanzelf dat u als ouder(s) steeds het recht heeft om het aangelegde dossier in te kijken en de titularis en/of zorgleerkracht om bijkomende informatie te vragen.
- Van elke leerling wordt een leerlingdossier bijgehouden. De gegevens (o.a. de gegevens van ons leerlingvolgsysteem) in dit dossier worden gebruikt om het onderwijs-leerproces van uw kind op de voet te volgen en om passende maatregelen te nemen indien die nodig zijn.
-
Het leerlingvolgsysteem is een geijkt systeem van onafhankelijke toetsen die op geregelde tijdstippen, nl. begin, midden of einde van het leerjaar, afgenomen worden van alle leerlingen. De resultaten van deze toetsen geven, in vergelijking met Vlaamse gemiddelden, een goed beeld van het vorderingsniveau van de leerlingen voor lezen, spelling en wiskunde. O.a. op basis hiervan kunnen maatregelen voorgesteld worden om eventuele tekorten weg te werken. Deze gegevens worden gedurende heel de basisschool bijgehouden en geven zo een duidelijke evolutie aan.
-
In alle klassen wordt een rekenmethode gebruikt die gericht is op het werken aan en met verschillen in de klas (differentiatie). Ook in TAAL en de andere leergebieden wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de verschillen tussen kinderen.
-
De foutenanalyses die bij de toetsen door de leerkrachten worden gemaakt, geven heel wat informatie over de vorderingen van elke leerling en zetten de leerkrachten op weg om eventuele tekorten weg te werken.
-
Een paar keer per jaar worden de leerlingen door de titularis, de medewerkster van het CLB, de zorgleerkracht en de zorgcoördinator besproken. Bij eventuele problemen worden mogelijke oplossingen voorgesteld. De ouders worden hiervan tijdig op de hoogte gebracht. Bij het multi-disciplinair overleg (MDO) kunnen ook andere betrokken personen aanwezig zijn, zoals logopedisten of mensen van een revalidatiecentrum.
Aandacht voor verschillende leerstoornissen
Recent onderzoek toont aan dat in het gewoon onderwijs 5 tot 10 % van de leerlingen een of andere leerstoornis heeft. Dat komt neer op een gemiddelde van 1 tot 2 leerlingen per doorsnee klassengroep. Feit is dat we er de laatste jaren meer en meer mee geconfronteerd worden. Onze school wil op een adequate manier, en met medewerking van verschillende instanties, de nodige maatregelen nemen om leerlingen met een dergelijke leerstoornis te begeleiden.
Leerstoornissen:
ADD
ADHD
Dyscalculie
Dyslexie – dysorthografie
Dyspraxie
NLD
Hoogbegaafdheid
Syndroom van Gilles de la Tourette
Ontwikkelingsstoornis
Autisme
ADD: attention deficit disorder
Leerlingen met ADD vertonen een gebrek aan concentratie en volgehouden aandacht. Hun denken verloopt chaotisch. Het zijn stille prutsers die niet altijd opvallen in de klas. ADD komt vaak samen voor met dyslexie/dysorthografie/dyscalculie/dyspraxie.
ADHD: attention deficit hyperactivity disorder
Leerlingen met ADHD vertonen een gebrek aan concentratie, zijn impulsief en overbeweeglijk, vallen onmiddellijk op en worden vaak omschreven als ‘vervelend’ en ‘storend’. Soms kunnen ze echter wel rustig met iets bezig zijn als het hen echt interesseert.
Dyscalculie
Leerlingen met dyscalculie vertonen opvallende en blijvende moeilijkheden met wiskunde op het vlak van automatiseren (geheugendyscalculie), vaardigheden en technieken (procedurale dyscalculie) en/of problemen met visueel-ruimtelijke en motorische vaardigheden (visuo-motorische dyscalculie). Niet elk kind vertoont alle kenmerken, maar de drie probleemvlakken blijken moeilijk af te bakenen. Dyscalculie kan samengaan met ADHD, dyslexie en NLD.
Dyslexie - dysorthografie
Leerlingen met dyslexie (overkoepelend begrip) vertonen opvallende en blijvende moeilijkheden met technisch en begrijpend lezen (dyslexie) en/of spelling (dysorthografie). De fouten die zij maken, lijken op verstrooidheidsfouten. Zij lezen hun vragen dikwijls verkeerd en antwoorden dan ook fout of onvolledig. Vooral bij vreemde talen geeft dat heel wat problemen.
Dyspraxie (DCD – Developmental coordination disorder)
Leerlingen met ontwikkelingsdyspraxie (coördinatie-ontwikkelingsstoornis) vertonen opvallende en blijvende moeilijkheden met fijne en grove motorische vaardigheden.Ze schrijven moeizaam en moeilijk leesbaar. Ze hebben moeite met turnen, balspelen, evenwicht en reactievermogen. Ze zijn onhandig, uitermate traag bij bv. omkleden, knoeien met eten, … .
NLD: non-verbal learning disabilities
Leerlingen met NLD vertonen zwakke motorische, sociale, non-verbale en probleemoplossingsvaardigheden. Zij kunnen non-verbale signalen (nochtans ruim 65% van de communicatie) moeilijk interpreteren en voor zichzelf toepassen. Zij ondervinden grote moeilijkheden met het opnemen van visuele informatie, met ruimtelijk inzicht, fijne motoriek, vrienden maken en zelfredzaamheid.
Hoogbegaafdheid
Hoogbegaafde lln vertonen een grote honger naar kennis en nieuwe inhoud. Zonder veel inspanning pikken ze dat nieuwe op. Meestal ontwikkelen ze weinig of geen leer- of studievaardigheden. Ze vervelen zich snel. Hun intelligentie gebruiken ze soms om problemen te ontwijken. Als hun grote parate kennis en snelle geest niet meer volstaan om voldoende te presteren, kunnen ze faalangst en problematisch uitstelgedrag ontwikkelen.
Syndroom van Gilles de la Tourette
Als gevolg van een functionele stoornis in het neurotransmittersysteem van de hersenen ontstaan ongewild verschillende enkelvoudige en/of meervoudige, complexere tics.
Enkelvoudige tics (snelle, plotse, herhaalde, doelloze bewegingen):
· motorische tics: bv. oogknipperen, grimassen, trekken met hoofd, schouders, armen, …
· vocale tics: bv. keelschrapen, tongklakken, lipsmakken, snuiven, …
Meervoudige tics (meestal langzamer en niet zo plots, zodat ze opzettelijk lijken)
· motorische tics: bv. ronddraaien, iets aanraken, aan dingen ruiken, zichzelf pijnigen
· vocale tics: bv. echolalie (anderen nazeggen), palilalie (zichzelf nazeggen), coprolalie (sociaal onaanvaardbare taal)
Er moeten verschillende motorische tics en minstens één vocale tic zijn, niet noodzakelijk tegelijkertijd, maar wel dagelijks en vele malen per dag.
Autisme
Leerlingen met autisme of een autismespectrumstoornis hebben moeite met communicatie, sociale interactie en creatief verbeeldingsvermogen. Ze zijn over- of ondergevoelig voor zintuiglijke prikkels. Minder gestructureerde situaties als de speelplaats en uitstappen kunnen angst en onzekerheid veroorzaken. Autisme komt voor op alle niveaus van verstandelijk functioneren. De intelligentie beïnvloedt wel sterk de communicatieve en compenserende mogelijkheden. Elke leerling heeft een sterk eigen profiel en vraagt een aangepaste aanpak.
